DBL 1981 Jrg.30 p. 169-184 De fundatie van mr. Peter Everarts van Heeze De families Raessens en Melchiors J.Th. M. Melssen, Purmerstraat 14, 5628 HE Eindhoven en A. F. N. van Asten, Apollostraat 13, 5721 CC Asten In het kader van de identificatie van de wapens op de verguldzilveren keten van de Ridderlijke Gilde van Sint Sebastiaan Eindhoven uit 1753 werd het probleem van één van die wapens deels opgelost door het voorkomen van een soortgelijk wapen op één van de koningsschilden van de gilde van Sint Jan Baptist van Leenderstrijp uit 16631. Laatstgenoemd schild is dat van Aert Raessen en geeft als familiewapen drie hangende olie- of godslampjes (2,1). De keten uit 1753 geeft een soortgelijk familiewapen voorde mannelijke helft, hier echter doorsneden: l. 3 molenijzers; II. 3 hangende olie- of godslampjes. Van de wapendragers uit 1753 zijn de namen bekend. Door de identificatie van de meeste andere wapens en door combinatie van de persoonlijke gegevens van die wapendragers, moet genoemd wapen uit 1753 dat van Gerard Arnold Raessens zijn, die van 1713 tot zijn overlijden in 1767 lid van de Ridderlijke Gilde is geweest2. Aangetoond diende echter te worden, dat beide wapendragers uit 1663 en 1752 aan elkaar verwant zijn geweest. In eerste instantie werd vermoed, dat genoemde Gerard Arnold een kleinzoon zou zijn geweest van Abraham Raessen, koning van genoemde Ridderlijke Gilde in 1638 en 16393, hetgeen echter niet juist bleek te zijn, zoals uit de hierna afgedrukte genealogie zal blijken. Genoemde Abraham Raessen blijkt thuis te horen in de familie Melchiors. Beide genoemde families zijn echter wel aan elkaar verwant, zoals is bekend geworden uit de stukken handelend over de studiebeursfundatie van Meester Peter Everarts van Heeze (zie hierna). Daar de eerste van bovengenoemde auteurs afstamt van de echtparen Cocx-Raessens en Mack-Raessens, werd het eigen aantekeningenmateriaal verwerkt, dat resulteerde in twee families Raessens, waarvan de onderlinge verwantschap niet is komen vast te staan. Mr. Peter Everarts van Heeze Hij wordt op 28 augustus 1521 ingeschreven als student aan de Leuvense universiteit4, wordt in 1541 vermeld als rector van het H. Kruisaltaar te Riethoven en deservitor aldaar, in 1556 als rector van de kapel van Riethoven5. Nadat Mr. Peter Everarts van Heeze (ook genoemd Van de Plas6) als pastoor van Riethoven in 1564 overlijdt, maken de executeurs-testamentair krachtens zijn wilsbeschikking op 24 september 1566 voor notaris Henricus Verreept te Hilvarenbeek7 twee stichtingen. Aan de eerste stichting verbinden zij jaarlijks 72 Carolusguldens voor 9 kleine beurzen ter bevordering van het onderwijs; zes jongens uit de familie, bij hun ouders inwonend, ontvangen jaarlijks 6 guldens en dit gedurende zes jaren dat zij naar school gaan, te beginnen met de leeftijd van zeven jaar. Drie jongens, oud tien jaar en niet bij hun ouders inwonend, ontvangen gedurende zes jaar 12 guldens. Aan de oudste bloedverwant te Riethoven, Heeze of Dommelen, mits niet religieus zijnde, komt de collatie van deze kleine beurzen toe. Aan de tweede stichting verbinden zij jaarlijks 52 Carolusguldens voor twee studenten te Leuven in de pedagogie De Valk, die bekwaam zijn voor de grammatica; na drie en een half jaar moeten zij magister artium zijn en kunnen dan de beurs nog vier jaar behouden; hebben zij de genoemde graad niet verkregen, dan verliezen zij hun recht op de beurs. De bursiers moeten dagelijks het De profundis met de collecten vooreen overleden priester en voor de gelovige zielen bidden. De pastoor van St. Pieter te Leuven vergeeft deze twee grote beurzen en doet zich, na het openvallen derzelve, binnen de maand, niemand van de familie op, dan kan hij de beurs aan een student uit de Kempen, in Leuven verblijvende, toevoegen. De rentmeester van deze twee fundaties moet jaarlijks rekening afleggen voor de pastoor van Riethoven en voor de oudste en naaste bloedverwant8. 170 De executeurs-testamentair blijken Mr. Jan Andries, pastoor van Bergeyk9, en Jan Franssen Jacobs, wonende te Dommelen, te zijn, beiden oomzeggers van Mr. Peter Everarts. In het testament van hem worden tevens zijn drie zusters Cathleyn, Margrieten Heylken genoemd, allen vóór 1573 overleden, voor wier nakomelingen de fundatie is bedoeld10. In 1573 geven de Staten van Brabant aan Mr. Jan Andries, pastoor van Bergeyk, als executeur van het testament van wijlen Mr. Peter Everarts, een erfrente uit van 34 Carolusguldens ten laste van de Staten van Brabant11. Op 14 januari 1606 heeft Mr. Frans Hezius, zoon van Adriaen Heesen en Heilke N.N., "hem mede sterk makende" voor zijn twee zusters, te weten Heilke (getrouwd met Mathijs Coensen, schepen in Heeze) en Marijke (getrouwd met Jan Jan Peters), opgedragen aan Jacop Cornelis Coppen als rentmeester van de beurzen of fundatie van wijlen Mr. Peter Everaerts en ten behoeve van die fundatie een erfbrief van 5 gulden 15 stuivers jaarlijks, die Hanrick Willem Boelen ertijds erfelijk had verkocht aan Hanrick Jan Goyarts op 29 mei 1549, te heffen uit een huis en hof, gelegen te Creyel (Heeze)12. Op 23 mei 1613 treedt Mathijs Coensen13 op als executeur van de fundatie van Mr. Peter Everts, met toestemming van Jacop Hogerts, mede-executeu r14f021 • Voor notaris Frans Deckers te Eindhoven verschijnt op 28 maart 1665 Raes Gerart Raessen in naam van zijn vader, Gerart Raessen, als rentmeester en ontvanger van de beurzen te Heeze, Riethoven en Dommelen, gefundeerd door wijlen Mr. Peter Everarts, die verklaart volle macht en procuratie te hebben gegeven aan Isacq Melchiors, burgeren koopman der stad Eindhoven, "mede van den naeste bloede wesende", om zekere rente, te 's-Hertogenbosch staande ten laste van het Land volgens de constitutiebrief van 18 oktober 1564, te manen, eisen, innen en te vervolgen15. Op 4 mei 1666 verschijnt voor dezelfde notaris Gerart Raessen, oud 64 jaar, koopman en inwoner van Leende, en Henrick Raessen, oud 62 jaar, inwoner van Heeze, die verklaren ter instantie en op verzoek van Isacq Melchiors, inwoneren koopman binnen Eindhoven, dat de kinderen van Isacq Melchiors, met name Isacq, zoon van Adriaen Melchiors, alsook Cornelis Raessen, beiden inwoners van Eindhoven, "sijn van den gerechte bloede ende afcompste van heer ende Mr. Peter Everarts, fundateur van zekere beurzen"16. Ten verzoeke van Martinus Raessen, borger en koopman binnen Eindhoven, verschijnen op 2 mei en 1 juli 1709 voor schepenen van Heeze twee personen. Zij verklaren dat de moeder van Gerit Raes Francissen te Leenderstrijp, Heylken Hesius was geheten en dochter van Aert Martens volgens schepenbrief van 24 januari 1619. Zij verklaren ook dat de moeder van Arjaentje Tijs Coensen en van haar zuster Catelijn Tijs Coensen, gehuwd met Isaac Melchiors, ook Heylke Hesius werd genoemd; dat deze twee ge- 171 In de vergadering van de gilde van St. Sebastiaan van 28 december 1752 wordt besloten om alle oude koningsschilden om te laten smelten en een "silveren vlies of beuke" te laten vervaardigen. De gildebroeders die hun wapen in genoemd "vlies" wensen dienen daarvoor één dukaat te betalen. Een van de gildebroeders, die die dukaat betaalt, is Gerard Arnold Raessens. De zilversmid P. J. Fonson uit Brussel maakte de nieuwe koningsketen en levert die in juni 1753 over in handen van de gilde voor 247 gulden en 15Va stuiver. Hierboven is afgebeeld de schakel uit de keten waarop het wapen van Gerard Arnold Raessens is afgebeeld. Hij koos hiervoor een alliantiewapen van hem en zijn vrouw (rechts: Raessens; links: Van Hooff, zijnde drie leeuwen 2,1). noemde Heilkens nichten van elkaar waren17. Daar de ouders van Heilke Hesius (gehuwd met Raes Francissen) Aerdt Martens Verhoeven en Lijntgen N.N. zijn en de ouders van Heilke Hesius (gehuwd met Mathijs Coensen) Adriaen Meezen (of Adriaen Henrick Gobbels) en Heylke N.N., kunnen wij hier wel stellen, dat wij in genoemde Lijntgen N.N. en Heylke N.N. twee zusters van Mr. Peter Everarts van Heeze menen te herkennen, waarmee dan de familierelatie tussen de families Raessen(s) en Melchiors metdefundateurvan de beurs is aangetoond. Genealogie I. l. Geraert Francissen, eigenaar van de Rielsche hoeve onder Riel in de parochie Geldrop, testeert in oktober 157318 Anno 1573 die ... octobris soe heeft Geraert Francis Lijnen sijnder huysvrouwen (gegeven) alle sijn guet om die kynder mede op te 172 voden ende te bestaden ende te verteren, soe des van node sa// sijn off s/y beyde levede wairen, Presentibus Henrico van Gastel et Joanne Lyl. trouwt Lijn (Cathelijn) N.N., vermeld 1587-159419. Uit dit huwelijk bekend (volgorde onbekend): 1. Bartholemeus Gerits Francissen of Meus Francissen20, vermeld in akten 1588-1621, inwoner van en gegoed te Heeze21, aldaar overleden op 8 januari 1621, trouwt vóór 1588 Aryken, dochter van Anthonis Martens Verhoeven en Aleyt Henrick Zwuesten22. Bartelmeus verwerft in 1588 vanwege zijn vrouws moeder, Aleit weduwe Anthonis Martens, goederen op het Hout (Geldrop), afkomstig van heerWillemZwuesten23. Op 25 april 1612 maken de kinderen en erfgenamen van Anthonis Martens een akkoord over de goederen van hun overleden ouders. Er waren vier kinderen: a. Anthonis, zoon van Anthonis Martens. b. Aryke, gehuwd met Meus Gerit Francissen. c. Margriet, gehuwd met Hanrick Jan Goyarts. d. Marie, gehuwd met Jan Anthonis Dircks24. Als Meus Geraerts Francissen blijkt hij op 29 januari 1614 samen met Anthonis Thonis Martens 279 gulden tegoed te hebben van Goyart Stoffel Zwoesten25. Aryken de vrouw van Barthel moetal rond 1615zijn overleden. Hij hertrouwt met Weyndelke dochter van Goort Adriaens van Velthoven. Nadat Barthel in 1621 overlijdt, hertrouwt ook Weyndelke en wel met Peter Tielen Cuypers (of Peter Tielemans). In 1632 worden Weyndel en Peter samen genoemd bij een akkoord over "den Vlaesmansecker"26. Op 12 januari 1647 blijkt er verschil van mening te zijn tussen Weyndelke als weduwe van Bartel en de kinderen en erfgenamen van Bartel27. Weyndelke, weduwe van Peter Tielemans, geeft op 10 september 1657 toestemming aan Petyerke {haar en Peter Tielemans dochter) om te trouwen met Hendrik Aertssen van Mierlo, linnenwever te Delft28. Als kinderen van Barthel en Weyndel o.a.: a. Catelijn Meeus Francissen, trouwt vóór 1654 JacobGeerit Swuesten uit Heeze, waaruit kinderen. b. Adriaen Bartel Francissen, wordt in 1648 genoemd als hij een cijns verkoopt uit zijn huis gelegen aan de Ven langs de Venderstraet29. Volgens een specificatie van de schouwen enz. bevonden te Heeze op 24 augustus 1604 had zijn vader, Meeus Francissen, en huys, herdt, schouw en backoven op de Ven en moest hij er toen 3 gulden voor betalen30. 2. Lucas Gerits Francissen of Lucas Francissen31, geboren rond 1548, inwoner van Heeze21, gegoed aan de Haege aldaar in de Eimerikstraat (dit deel werd Voort genoemd), was voor die straat in 1603/1604 en in 1619/1620 borgemeester, overlijdt op 173 17 juli 1627. Lucas trouwt een dochter van Gerard Michielsvan Exel; deze Gerard koopt op 6 juni 1586 een huis aan de Voortstraat naast de weduwe van Michiel van Exel met haar kinderen31. Lucas koopt op 26 juni 1586 van Jan Anthonis van Eyndhoven gehuwd met Lijsken dochter van Henrick Lemmens, een huis met bakhuisje gelegen aan de Haege bij Eimerick32. In het archief van de gemeente Helmond berust een brief van de schepenen van Heeze gedateerd 11 juli 1584. In die brief legt het corpus van Heeze een verklaring af over Aert Marthens Verhoeven alias Heezen. Deze Aert zit nu in Helmond gevangen omdat hij aan de zijde van de vijand is gaan dienen om zijn leed te wreken. Adriaen schreef dreigbrieven, stal paarden, zwierf met Hans den Geus om soldaten die Eindhoven belegerden enz. In die verklaring staat o.a. ook, dat Lucas Francissen (36 jaar) getuigt een paard kwijt te zijn uit zijn beempt die Strepe, meegenomen door Aert; ook de buurman Jan Pappen (43 jaar) verklaart dreigbrieven te hebben ontvangen. Op de omslag van het stuk staat: Over Aerden alias Heezen van Heeze, misdadiger. Lucas Francissen, indertijd borgemeester, heeft op 23 maart 1604 na behoorlijke uitroeping te beuren gesteld om te verkopen "een swartbonte koeye en eenen koeyketel" waaraan hij, Lucas, met Claes van Gael, ondervorster tot Heeze, had doen richten voor zekere "tachterheyt van bede" (belastingschuld), toebehorende aan Jan Tielkens, biedende voor de koe en ketel samen 18 gulden. Jan Tielkens mag dat geld lossen binnen drie dagen33. Lucas is met Dirk van Velthoven volgens akte van 18 juni 1621 mede-momber over de kinderen van Weyndel, weduwe van Meeus Francissen; zij verkopen in 1623 een beempt aan Adam Mathijs Daems in Heeze34. Kinderen uit het huwelijk van Lucas: a. Goyart Lucas Gerarts, overlijdt vóór 1630, trouwt Breyken {- Brigida) N.N., waaruit kinderen. b. Jan Lucas Gerarts. Op 6 november 1630 zijn Jan Lucas Francissen en Jan Goyarts mombers over de onmondige kinderen van wijlen Goyart Lucas Francissen en Breyken zijn vrouw. Zij verhuren (als mombers) die goederen aan Abraham Luycas, oom van die kinderen35. Jan blijkt getrouwd te zijn. Zijn zoon Geerit Jan Luycas Francissen doet op 15 november 1649 zijn eed als borgemeester in Heeze voor het jaar 165036. c. Abraham, is in 1633 borgemeester voor de Eimerickerstraat, wordt in 1654 vermeld als momber samen met Geerit Abraham de Laure37. d. Marijke, trouwt vóór 1616 met Anthonis Jan Houben uit 174 Heeze. e. Frans Lucass., overlijdt rond 1635 aan de pest en heeft o.a. in Maaseik gewoond. Op 12 april 1635 verklaren de schepenen van Heeze, dat voor hen zijn verschenen: heer Johan Fabri, pastoor van Heeze, samen metAnthonis Franssen en Adriaen Jacobs. Zij hadden ter instantie van Jan en Abraham, broers en zonen van Lucas Gerarts, ook voor Anthonis Jan Houben, man van Marijke wettige dochter Lucas Gerarts voornoemd, verklaard, dat Frans Lucass. hun broer en zwager, was overleden aan de pest. Zij waren geroepen en verzocht om als getuigen te staan bij het testament door Franssen Lucas gemaakt en door heer Fabri geschreven38. Anthonis Gerits Francissen of Anthonis Francissen39, borgemeesteren koopman te Heeze40, overlijdt aldaar op 22 juli 1629, trouwt Lyntgen N.N., die vóór 1649 overlijdt, als hun kinderen de nalatenschap van hun ouders delen41. Anthonis koopt op 14 februari 1605 land te Strabrecht {Heeze); de koop wordt vernaderd en Anthonis krijgt op 5 november 1605 zijn kooppenningen terug42. Op 5 november 1614 verkoopt Anthonis aan Hanrick Jan Hanricx een stuk land "het Smeelken" omtrent Genoenhuys (Geldrop), gelegen naast de kinderen van wijlen Adam Pompen43. Uit dit huwelijk zijn zeven kinderen bekend: a. Lijske Thonis Francissen, trouwt Hendrik Goort Hoeben, die vóór 1651 overlijdt. Hun kinderen delen op 10 december 1654 de ouderlijke goederen te Heeze44. b. Gerit Thonis Francissen, verkoopt in 1654 met zijn zwager Anthonis van Gastel hun tweezevende delen in een huis aan de Eimerickstraat45. c. Hendrik Thonis Francissen, trouwt Lijntgen Hendrik Wouters dochter van Hendrik Wouters, meier te Sterksel. In die tijd behoorde Sterksel aan de Abdij van Averbode. Lijntgen overlijdt vóór 1655, in welk jaar Hendrik Francissen aan zijn broer Gerrit enkele goederen verkoopt volgens het testament, dat Hendrik op 16 mei 1652 met zijn vrouw Lijntgen heeft gemaakt. Op 3 september 1664 verkoopt Hendrik Thonis Francissen aan Adriaen Jan Snijers „de Oude Voortacker", gelegen aan de Voort te Heeze, met een einde belendend aan "den Lijckwegh"46. Uit dit huwelijk o.a.: ca. Anthonis Hendrik Thonis Francissen, in 1676 meerderjarig. cb. Catelijn, trouwt vóór 1676 Adriaen Janss. van Hapert, muldersknecht op de watermolen van Woensel. Op 6 januari 1676 delen deze twee kinderen, samen met Joostgen weduwe van Geerit Vincken, volgens testament, 175 goederen van wijlen Hendrick Wouters, gewezen meier te Sterksei, hun respectievelijke grootvader en vader. Geerit Vincken was gehuwd met Judoca (= Joostgen) dochter van Hendrik Wouters, en laat op 12 november 1663 te Heeze een dochter Maria Vincken dopen, waarbij als doophefster optreedt Maria Joosten uxor Henrici Wouters (Heeze DTB1). Bij de deling in 1676 wordt een huis genoemd, dat gelegen is aan de Voortstraat te Heeze47. In 1666 zien wij Marijke Joosten (73 jaar), weduwe van Henrick Wouters Verweirdinghen, gewezen meier te Sterksei, samen met haar zoon Adriaen (34 jaar) optreden. Zij woont dan als hoevenaarse op de hoeve "de Braeck" onder Sterksel 48. d. Lijntgen Francissen, trouwt Jan Jacobs van Velthoven uit Heeze. e. Merijke Francissen, trouwt Jan Hompus. f. Anna Francissen, trouwt vóór 1663 Anthonis Hendrik van Gastel, die in 168778 jaar oud is49. g. Willemke Francissen, trouwt vóór 1654 Willem Willem Goossens. Op 10 januari 1654 verkopen zij aan Marcelis Anthonis Smulders een akker gelegen onder de Houbraeck- tiendevan Eymerick50. 4. Anneke Gerits Francissen, trouwt Adam Mathijs Engelen, beiden vermeld in 16245t. Op 18 mei 1626 legt Adam de eed af als kerkmeester52, terwijl hij in 1648 wordt genoemd als kapelmeester van de "cappelletot Eimerick"53. Hun kinderen delen op 3 oktober 1660 de ouderlijke goederen54. 5. Raes Gerits Francissen, volgt onder II. II. Raes Gerits Francissen of Raes Francissen55, geboren rond 1553, procedeert op 18 februari en 13 mei 1587 namens zijn moeder56, gegoed te Heeze en inwoner aldaar57. Hij belooft op 11 januari 1605 aan Joost Jan Joosten en Willem Peters de Scheper op Lichtmis a.s. 60 gulden te betalen als "verreycte" schuld, onder conditie dat, als Raes op genoemde dag niet betaalt, Joost en Willem van hem mogen behouden die twintig lammeren, die Raes heeft gekocht van de vrouwe van Geldrop58. Op 15 april 1606 hebben Aerdt Martens Verhoeven, met Adriaen zijn zoon, en Raes Francissen als man van Heylke, dochter van Aerdt, met Yeuwen Bloyssen en Mathijs Anthonis, als mombers over de drie onmondige kinderen, die Peter Aelbrechts heeft verwekt bij Lijntgen zijn vrouw, ook een dochter van Aerdt Martens Verhoeven, met elkaar een akkoord gemaakt over de goederen en renten, die Aerdt in tocht bezit (d.i. in vruchtgebruik heeft), met verder het goed en de renten, die hem door de dood van Lijntgen zijn eerste vrouw zijn aangekomen. Er wordt besloten dat Aerdt zijn 176 leven lang in vruchtgebruik mag houden alle renten in zijn bezit, behalve twee renten van samen 7 guldens min 5 stuivers jaarlijks tegoed uit onderpanden te Hulst (Geldrop); over deze twee renten kan hij vrij beschikken, desgewenst aan zijn nakinderen geven. Aerdt doet verder afstand van al zijn bezittingen, ook het goed dat hem na de dood van zijn vrouw Lijntgen was aangekomen van heer Willem Hollerts. Als Aerts nakinderen "quamen te sterven sonder wettige geboerte achter te laeten", zullen de twee renten én de rente van 3 gulden jaarlijks van heer Willem Hollerts gekomen, teruggaan naar de zijde waarvan zij zijn gekomen. Verder zal Aerdt de kist die in de kapel staat, mogen behouden. Als Marijke, de tegenwoordige vrouw van Aerdt, komt te sterven, vinden de voorkinderen het goed dat Aerdt zijn leven lang tot zijn behoefte zal mogen gebruiken en aanvaarden "den achtersten Dijckbeempten het Bulderke"; tevens zullen zijn voorkinderen hem dan jaarlijks 6 vat rogge leveren. Aerdt behoudt tot zijn behoefte "thalff ooft dat in den boomgart wast als tselve op behoirlijcken tijt geschut zal worden"59. Op dezelfde dag van dit akkoord hebben de kinderen eveneens Aerdts goederen gedeeld. A. Adriaen krijgt: het woonhuis met de kelder en de hoogkamer met de kelder, het bakhuis met de schop tot de "doorvaert daer die wormden (balken) scheyden, metter calverkoy totter poorter toe ende den misthoff, put ende backoven tsamen te gebruycken", nog elf eikenbomen staande naast de straat, de eerste tegen de kamer en voorts "op ter schueren wart tot elff bomen toe, noch het halff aengeloch, die zijde noortwaerts en sal sijn huisinge mogen decken ende repareren over sijn mededeylers erffve t'allen tijden", nog "het Bulderken", "die cleyn Weerde", de helft van "Elswinkel" en het middelste derdedeel in "die Braeck", zoals het gepaald is. B. Raes Francissen als man van Heylke krijgt: "die camer metter schueren, metten poorten ende den perdtstal ende den torffschopaen die schuer tot der duervaert daer die wormdtscheyt, noch vijff eycken achter die schuer ende noch ses eycken staende tegen die camer ende hoff metten halven angeloch, metten hoff t'eynen die camer, die sijde neven LibGobbelserff, soe die paelen gesteecken zijn ende den misthoff, put eenen tsamen te gebruycken ende oft geviel dat die schuere van der plaetschen worde gedaen, soe sal die plaetsche van dyen blijven tot behoeff van den woenhuys, noch die helft in den achtersten Dijckbeempt, t'eynen het Bulderken, noch den Houbroecksdries, noch die helft van den Elswinckel, noch het dorde deel in die Braeck neven den pat soe die paelen gesteecken zijn ende 't voirs, halft geloch buyten neven die camer te wegen ende sal die huisinge ende schuere mogen decken sonder (betroon) van yemanden ende off die camer affgenomen worden sal die schouwe blijven bij thuys. 177 C. Peter Aelbrechs kynder krijgen: den vorsten dyckbeempt ende den hafven achtersten dijckbeempt op den Aacant ende den gehelen dijckbeempt neven den gracht neven Hanrick Roubosch erffve, noch die groote weerd ende het dorde gedeelte in die Braek neven het Boermansgeloch soe die paelen gesteecken sijn60. In 1606 hebben Jan Peter Aelbrechts, meer dan 22 jaar oud, en Peter zijn broer, meer dan 20 jaar oud, en Lijntgen hun zuster mombers gekozen om in hun naam mede te verdelen de goederen van Aerdt Marlens, hun "heercken" (= grootvader)61. Als omtrent 60-jarige verklaart Raes op 5 november 1612 dat hij rond 26 jaar geleden te Bergen op Zoom gevangen was en dat hij bij die gelegenheid van Jan Geldens 10 Nobels in specie heeft geleend62. Raes heet in 1613 momber van de onmondige kinderen van Adriaen Aert Martens en Marie Gijsberts van Lill63. Op 11 juli 1613 verkoopt Raes aan Anthonis Joost Michiels een stuk land in de parochie Geldrop, gelegen in de heerlijkheid Heeze- Leendeen geheten "den Soeacker"64. Heer Franciscus Hesius, pastoor van Wespelaar, heeft op 16 oktober 1613 aan zijn zwager Mathijs Coensen zijn deel in het huis enz. overgedragen. Dat huis lag te Heeze "aen de Haech" en belendde aan de erfenissen van Raes Francissen en Hendrik Roubosch. In dat huis was Arien Hezen zaliger gestorven, de vader van heer Frans en Heilke. Deze Heilke Hesius was gehuwd met Mathijs Coensen, schepen in Heeze. Catelijn, een dochter van Mathijs trouwt met (saac Melchiors65. Raes verkoopt op 8 februari 1624 met zijn broer Lucas en zijn zuster Anneke (vrouw van Adam Mathijs Engelen) 3A deel van de Rielsche hoeve onder Riel in de parochie Geldrop (d.i. Riel, één van de Zesgehuchten) aan zijn broer Anthonis66, in hetzelfde jaar genoemd met zijn dochter Maria67. Raes overlijdt te Heeze op 19 september 1628 en is {o.a. volgens een Eindhovense schepenakte van 25 september 1618) gehuwd geweest met Heylwich (Heilke), dochter van Aert Martens Verhoeven. Hij blijkt dan gegoed te zijn over de Eymericksedijck onder Heeze68. Heilke, ook wel Heilke Hesius genoemd, overlijdt als zijn weduwe na 23 juni 165569. Immers op die datum verkopen de kinderen van Hendrik Dirk van Velthoven, hierbij Reym Cocx gehuwd met Jenneken van Velthoven, een cijns uit een huis te Heeze aan "de Hage", belendend aan Heilke weduwe Raes Francissen met haar kinderen "daar het tegen gedeeld is". Kinderen uit het huwelijk van Raes en Heilke: 1. Gerit Raes Francissen, volgt lila. 2. Henrick Raes Francissen, volgt Illb. 3. Ariken Raes Francissen, is o.a. doopgetuige op 26 dec. 1640, trouwt Gerit Thonis. Zij testeren op 16 april 1652. Uit dit huwelijk drie kinderen. 178 Als Aryken Raessen en weduwe van Gerit Thonis iaat zij op 16 januari 1654 in Heeze enkele eikebomen verkopen™. Op 18 januari 1657 verkoopt Arieke weduwe van Gerit Thonis Geerits een timmerplaats (plaats om een huis op te bouwen) bij de kapel gelegen, aan Elske weduwe van Jan Thonis Franssen. Deze verkoopt wordt op 28 februari 1657 genaast door HendrickRaes Francissen als "nader van den bloede"71. In 1664 verkoopt Aryken haar deel in "den Elswinckel" achter het kasteel gelegen aan Hendrick de Jongh, secretaris van Heeze72. 4. Maria Raes Francissen, gedoopt te Geldrop Sint Bartholomeusdag (24 augustus) 1591 {Geldrop DTB 1) als dochter van Raes Gerits, vermeld in 1624 (zie hiervoor). 5. Lijntgen Raes Francissen, trouwt vóór 1631 met Willem Jan Claeus of Willem Jan de Cuyper geheten, zoon van Jan Peter Claeus en Thoniske N.N. Een zuster van hem is Lijntgen, gehuwd met Dielis Aert Delen, een andere zuster Libbeke is getrouwd met Job Jansen73. Kinderen van Willem Claeus en Lijntgen: a. Jan; b. Thonis; c. Lijntgen (trouwt Michiel Claes Vesters); d. Marijcke. Op 8 januari 1654 delen deze vier kinderen de goederen van wijlen hun ouders. Gerit Raes Francissen en Dielis Aert Delen treden dan tevens op als mombers over Marijcke, die in 1654 nog onmondig is74. Bij die deling gaat heto.a. over een klein huisje en schuur, gelegen in "den Hasenhurck" aan de Ven te Heeze75. lila. Gerit Raes Francissen of Gerit Raessen, geboren te Heeze 1600/1602, koopman in lijnwaad, kerkmeester en driemaal borgemeester te Leende, woont aldaar op Leenderstrijp76, bezit een drietal huizen, een brouwerij (verhuurd aan Thonis Geyens) en landerijen de Heeze en Leenderstrijp, koopt op 28 september 1648 van Catharina dochter van Michiel van Duppen en weduwe van Hubert Marcel Verdonschot met haar zonen Marcel en Joost Verdonschoteen cijns van 12 gulden uit haar goederen gelegen te Someren. Deze cijns kan worden gelost met 80 Rijksdaalders77. Gerit koopt op 18 november 1650 een cijns van 16 gulden en 10 stuivers uit een huis aan de kerk van Leende gelegen, dat toebehoort aan Max Sanders (= van Velthoven) en een cijns van 6 gulden uit en akker "op de Husset" van Symon Jan Loots78. Hij koopt op 26 maart 1654 een huisje te Leenderstrijp van de H. Geestmeesters van Leende en op 22 januari 1655 een akkerland achter de kapel te Leenderstrijp79. Op 3 januari 1664 koopt hij van Yewen Jacobs Yewens (= Bluijssen) een cijns van 5 gulden uit een huis gelegen te Leenderstrijp naast Frans Aert Raessen; Gerard, Jacob en Adam Raessen, broers, verklaren op 5 januari 1687 betaald en voldaan te 179 zijn80. Van Gerit van Vroenhoven, burger van Eindhoven, koopt hij op 26 april 1668 een cijns van 15 gulden uiteen huis in de Volderstraat te Eindhoven81. Jan van Luytelaar en Laureyns van den Berch, indertijd borgemeesters van Helmond, beloven op 17 februari 1667 te zullen betalen aan Gerit Raes Francissen, wonende te Leenderstrijp, de som van 500 gulden. In de marge bij deze overeenkomst staat, dat Jan Dielissen gehuwd met Heilke dochter van Geeraert Raes Francissen heeft bekend dat de helft van dit bedrag door de curators van de geabandonneerde boedel van wijlen Jan van Luytelaar voldaan en betaald zijn op 25 juli 168082. Dirk Huyberts, wonende te Mierlo, verkoopt op 29 augustus 1668 een cijns van 25 gulden aan Gerard Raessen Francissen, wonende op Leenderstrijp. Deze cijns, te lossen met 500 gulden, heeft als onderpand een huis, hof, brouwhuis enz., gelegen aan de kapel te Mierlo-Hout83. Op 22 november 1668 verkoopt Heylke, wettige dochter van wijlen Jan Hendrick Costers, oud 33 jaar, met Gerard Raes Francissen te Leende, haar moederlijke oom, een huis te Someren voor 708 gulden. Deze Heylke is ons onbekend84. Gerit Raes Francissen, kerkmeester te Leende in 1670, verklaart ter instantie van de kinderen en erfgenamen van wijlen Hendrik Lambert van Lierop het een en ander over een beneficie van het altaar van de H. Drievuldigheid in de kerk van Leende85. Gerit overlijdt op 16 augustus 1671. Een dag eerder had hij in zijn huis op Leenderstrijp zijn testament gemaakt voor notaris Pauwei Smidts uit Heeze. Op 19 september 1671 verkoopt Antoniske, zijn weduwe, aan Marie en Lijsbeth, dochters van Hendrik Bouwen een groese "het Boelendrieske" aan de Eymerikstraat gelegen86. Gerit is getrouwd geweest met Anthoniske Daems, gedoopt te Leende 18 mei 1608 (doopheffers: Henricus Goyarts Roubos uit Heeze en Maria Anthony Tielens uxor). Anthonia overlijdt te Leende op 27 januari 1676 als dochter van Gerit Adam Pompen ook wel Gerit Daems alias Heynselmans genoemd, en van Elisabeth (Libbeke), dochter van Gijsbert van Lill uit Heeze. Van de dertien kinderen die wij uit dit huwelijk geboren vonden, deelden er tien de ouderlijke boedel op 31 december 168387. Uit het huwelijk van Gerit en Anthoniske zijn ons als hun kinderen bekend: 1. Erasmus (Raes) Gerit Raessen, gedoopt in 1629, volgt IVa. 2. Elske Raessen, gedoopt te Leende, waarschijnlijk in 1630, overlijdt aldaar op 29 september 1678. Zij trouwt voor schepenen van Heeze-Leende op 10 februari 1652 met Frans Jan Pompen, eveneens uit Leenderstrijp. Hij heeft naast zijn boerderij ook een bierbrouwerij; in 1668 is hij aldaar bor- 180 gemeester. Hij overlijdt te Leende op 22 juli 1675 als zoon van Jan Pompen en Heylwigis Peter Tielen. Deling van de ouderlijke boedel door de kinderen op 16 november 168888. Uit dit huwelijk als kinderen: a. Helena Pompen, gedoopt te Leende 4 december 1652 (DTB Leende 3). Doopheffers: Adriaen Pompen en Catharina Raessen. Vermoedelijk jong gestorven. b. Maria Pompen, gedoopt te Leende 16 november 1656, trouwt op 26 juli 1682 te Leende met Jacob Royaerts, zoon van Gijsbert Royaerts en Christina van Dommelen. Maria overlijdt als weduwe na 1730 te Leende. c. Erasmus Pompen, gedoopt te Leende 2 oktober 1658, lijdt aldaar 13 augustus 1659. d. Elisabeth Pompen, gedoopt te Leende 25 juli 1660, trouwt op 11 augustus 1691 te Leende met Peter Jacob Bitters, gedoopt te Leende 24 februari 1660 als zoon van Jacob Peter Bitters en Anthonia Martinus Engelen. e. Joanna Pompen, gedoopt te Leende 26 september 1662, trouwt op 26 juli 1688 voor de pastoor te Leende met Frans Bluijssen, weduwnaar van Willemijn Wijnants van Gerwen (=van Eynetten). Deze Frans Bluijssen uit Leende waséén zoon van Jacob Bluijssen. Dit echtpaar liet in Leende een tiental kinderen dopen. f. Adamus Pompen, gedoopt te Leende 2 augustus 1664, overlijdt aldaar 22 november 1689. g. Wilhelmus Pompen, gedoopt te Leende 3 oktober 1666, overlijdt aldaar 8 augustus 1670. h. Helena Pompen, gedoopt te Leende 17 november 1669. i. Gerardus Pompen, gedoopt te Leende 12 december 1674 of 12 januari 1675 (dit is in het doopboek Leende 4 niet duidelijk. NOTEN 1. S. A. Mulder, De Leendse gilden, overdruk uit "Dyt Gheyt aen der kyrcken van Leendt", uitgegeven door de Stichting Torenfeesten Leende 1974, uitgave van de Studie-en Archiefcommissie Kring Kempenland, blz. 148. 2. Gemeentearchief Eindhoven (GAE), Archief Gilde St. Sebastiaan. 3. De Brabantse Leeuw 1977, p. 59. 4. Heemkronyk, jrg. IV (1965), p. 18. 5. H. Hens e.a., De oude dekenaten ..., deel II, Nijmegen 1970, p. 348-349. 6. Rijksarchief in Noord-Brabant (RANB), Archief Beurzenstichtingen, inv. 520. 7. Verreept is afkomstig van Dommelen en is tevens regent van de Leuvense pedagogie Het Varken en deken van het kapittel van Hilvarenbeek, broer van Simon Verepaeus. H. Bots e.a., Noordbrabantse studenten 1550-1750, Tilburg, nummer 5389; H. van der Does de Willebois, Studiebeurzen, deel IV, 's-Hertogenbosch 1906, p. 515-526 (Stichtingsakte). 8. L. H. C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch, deel 2, Sint Michielsgestel 1872, p. 228. 9. Mr. Jan Andriessen van Rythoven, S.T.B., pastoor van Bergeyk 1556-1573, rector van het altaar van het H. Kruis te Riethoven (1556), rector van het altaar 181 van de H. Maria in Westerhoven (1566)en deservitor van het altaar van de H. Maria te Bergeyk. Hens, a.w., p. 346 en 349; Schutjes. a.w.. p. 238. 10. Van derDoesdeWillebois, a.w., p. 515-526. 11. zie noot 6. 12. RANB, Heeze R 81-9, folio 43, dd. 14 Jan 1606. Op 5 februari 1569 hadden de (zeven met name genoemde) kinderen van Jan Happen een cijns van 9 gulden verkocht uit o.a. het tweederde deel van een hoeve "die Heesterbeeck" op Hoog Geldrop gelegen. De koper was Adriaen Hen riek Gobbels uit Heeze. Op 26 juni 1623 verkoopt Mathijs zoon van wijlen Thonis Coenss. (= Mathijs Coensen) gehuwd met Heylke dochter van wijlen Adriaen Henrick Gobbels die cijns aan Gerard van Wiel ten behoeve van de arme scholieren, "die men noemt de bonefanten". RANB, R.A. *s-Hertogenbosch, zg. Bosch Protocol nr. 1498, folio 500 verso, dd. 26 juni 1623. Adriaen Henrick Gobbels was in 1575 schepen van Heeze en rond 1585 secretaris aldaar. Hij werd genoemd Adriaen Heezen alias Gobbels en was gehuwd met Heilke N.N., waaruit zeker drie kinderen: a. Heer Franciscus Hesius, promoveert 28 nov. 1605 te Leuven tot A.L., pastoor te Wespelaar (11 km. van Leuven), gestorven rond 1623. b. Marijke, gehuwd met Jan Jan Peters. c. Heylke, gehuwd met Mathijs Coensen, schepen in Heeze. Op 12 oktober 1607 delen deze kinderen van wijlen Adriaen Heesen en Heylke de nagelaten goederen van hun ouders, o.a. een huis gelegen aan de Haegerstraet en "de Elsvinckel", een akker die regelmatig bij latere verkopen terugkomt. RANB, Heeze R 81-9, folio 79 verso-80, dd. 12 okt 1607; Bots, a.w., nummer 40; RANB, Heeze R 81-h, folio 44, dd. 29 dec 1623. 13. In 1610 treedt Mathijs Coensen te Heeze ook op als executeur van het testament c.q. fundatie van heer Tielmans, RANB, Heeze R 91, folio 87 en 102. 14. RANB, Heeze R 92, folio 92, dd. 23 mei 1613. 15. GAE, N.A. nummer 1218 sub 149, dd. 28 mrt 1665. 16. GAE, N.A. nummer 1219 sub 28, dd. 4 mei 1666. 17. RANB, Heeze R 153, folio 100 verso e.v.,dd. 2 meM 709, en folio 104 verso e.v., dd. 1 jul1709. 18. RANB, Heeze R 93 folio 7; Heeze R 75/12, folio 7 verso. De naam Raessen komt ook vroeger al in Heeze e.o. voor. Bij de studenten uit Geldrop aan de Leuvense universiteit zien wij op 28 augustus 1538 een Gerard Rasonis, op 28 augustus 1540 een Joannes Rasonis en op 27 februari 1553 een Petrus filius Rasonis Joannis (Heemkronijk, jrg. IV (1965), p. 18-19). Ook Hens, a.w. (II, p. 299 en 305) noemt leden van de familie Raessen, nl. Mr. Jan Raessen, rector van de kapel van St. Jan Baptist te Leenderstrijp in 1510-1524; Mr. Gerardus Rasonis, in 1566 absent als rector van het altaar van de HH.Mariaen Agatha in de kerk van Heeze en Rogerus Rasonis, in 1566 absent als rector van het altaar van de HH. Maria, Trudo en Clemens in de kerk van Leende. 19. Heeze R 1 dd. 14-1-1587, 29-1-1587, 4-11-1592. 18-11-1592 en 31-8-1594; Heeze R 82 folio 52, dd. 14-9-1587. 20. Heeze R 82, folio 124 en 127 verso; Heeze R 91, folio 21; Heeze R 92, folio 71 verso. 21. Heeze R 76-H/6. 22. Heeze R 82, folio 124 en 127 verso-128, dd. 29-10-1588. 23. Heeze R 82, folio 124, dd. 6-7-1588; zie ook folio 127 verso en 128. 24. Heeze R 229a, dd. 25-4-1612. 25. Heeze R 91, folio 100, dd. 29-1-1614. 26. GA Heeze, diverse stukken, dd. 9-2-1632. 27. Heeze R 5, folio 109 en 111, dd. 12-1 -1647. 28. Heeze R 79, map 1656, dd. 10-9-1657. 29. Heeze R 94, folio 8 verso, dd. 5-1-1648. 30. Heemkronijk Heeze-Leende, 12e jrg., nrs. 2 en 3 ("Huizentelling in 1600 te Heeze"). 31. zie noot 20, 21; Heeze R 94, folio 98 verso-99; Heeze R 93. folio 7. Heeze R 82, folio 14, dd. 6-6-1586. 32. Heeze R 82, folio 15, dd. 26-6-1586. Zie ook Heeze R 82, folio 123, dd. 1588. 182 33. Heeze R 81-g, folio 90, dd. 23-3-1604. 34. Heeze R 81-h, folio 15, dd. 2-1-1623. 35. Heeze R 229a, dd. 6-11-1630. 36. Heeze R 94, folio 128, dd. 15-11-1649. 37. Heeze R 7, dd. 21-11-1654. 38. Heeze R 77, map 9, dd. 12-4-1635; Heeze R 78, map 1637, dd. juli 1637. De onder d. genoemde Marijke, getrouwd met Anhonis Jan Houben, zie: Heeze R92,folio61 versoen 70. 39. Heeze R 94, folio 98 verso-99; Heeze R 93, folio 7. 40. Heeze R 76-VIII,dd. 17-12-1618. 41. Heeze R 94, folio 98 verso-99 verso. 42. Heeze R 81-g, folio 35 verso, dd. 5-11-1605. 43. Heeze R 91, folio 50, dd. 5-11-1614. 44. Heeze R 96. folio 108, dd. 10-12-1654; Heeze R 95, folio 11 verso, dd. 3-2-1650. 45. Heeze R 96, folio 112, dd. 31-12-1654. 46. Heeze R 96, folio 133, dd. 20-1-1655; Heeze R 98, folio 59, dd. 3-9-1664. Thonis, de zoon van Henrick Thonis Francissen, overlijdt als jongman te Heeze op 24 mei 1682 (Heeze R 231, o.d.). 47. Heeze R 99, folio 73, dd. 6-1-1676. 48. Heeze R 79, map 1665-1669, dd. 16-11-1666; Heeze R 102, folio 252, dd. 28-12-1696; Heeze R 150. folio 74 verso, dd. 28-8-1693. Hierin worden 5 pachters of hoevenaars uit Sterksel genoemd o.a. Adriaen Hendricx van Weirden. 49. Heeze R 97. folio 370, dd. 13-8-1663. 50. Heeze R 96, folio 16, dd. 10-1-1654. 51. zie noot 18, o.d. 52. Heeze R 93, folio 123 verso. dd. 18-5-1626. 53. Heeze R 94, folio 118 verso, dd. 12-11-1648. 54. Heeze R 97, folio 191-192, dd. 3-10-1660. 55. Heeze R 97, folio 176; Heeze R 93, folio 7, 51 en 95; Heeze R 92, folio 22 verso en 56 verso; Heeze R 81, folio 110 verso; overlijdensakte. 56. Heeze R 1, o.d. 57. HeezeR76-H/6. 58. Heeze R 81-g, folio 110 verso, dd.11-1-1605. 59. Heeze R 81-g, folio 145-145 verso, dd. 15-4-1606. 60. Heeze R 81-g, folio 56 verso-57, dd. 15-4-1606. 61. Heeze R 81-g, folio 142 verso, dd. 29-3-1606. 62. Heeze R 229a, dd. 5-11 -1612. 63. Heeze R 92, folio 36. 64. Heeze R 91, folio 22 verso, dd. 11-7-1613. 65. Heeze R 84. folio 31. dd. 16-10-1613. 66. zie noot 18. 67. Heeze R 93. folio 95. 68. Eindhoven R 38, folio 192. 69. Heze R 96. folio 97 en folio 175-176, dd. 23-6-1655. 70. Heeze R 229c. dd. 16-1-1654; zie ook Heeze R 98, folio 57. 71. Heeze R 97, folio 16e.v., dd. 28-2-1657. 72. Heeze R 98, folio 57 en 58, dd. 11-8-1664. 73. Heeze R 81-h, folio 34-34 verso, dd. 10-5-1623. 74. Heeze R 96. folio 4 verso-8 verso, vgl. folio 17. 75. Heeze R 96, folio 5, dd. 8-1-1654. en folio 7. dd. 10-1-1654. 76. GAE, NA 1222 nr. 40 dd. 1670; NA 1218 nr.149ennr. 160 dd. 1665; NA 1219 nr. 28 dd. 1666. Eindhoven R 49, folio 28 dd. 1665. 77. RANB, Someren R 95, folio 51 verso, dd, 28-9-1648. 78. Heeze R 87, folio 66, 67, dd. 18-11-1650. 79. Heeze R 96 folio 73; R 96 folio 135; zie ook R 96 folio 170 en folio 198 en R 94 folio 46 (1648). Een sententie van de Raad van Brabant tegen o.a. Geraert Raessen Francissen te Leende over aan de heer te betalen grondcijnzen dd. 31-7-1669 in: Inventaris van het archief op het kasteel Heeze (1911), nr. 28e. 80. Heeze R 98 folio 1 en folio 19, dd. 3-1 -1664. 183 81. Eindhoven R 50, folio 22, dd. 26-4-1668. 82. Helmond R 274, folio 123 e.v., dd. 17-2-1667. 83. Mierlo R 72, folio 28, dd. 29-8-1668. 84. Someren R 99, folio 36, dd. 22-11-1668, zie ook folio 46 en 53. 85. Heeze R 79, map 79-3, dd. 12-3-1670. 86. Heeze R 98, folio 480. dd. 19-9-1671. 87. Heeze R 100, folio 79-82 verso, dd. 31-12-1683; zie ook Heeze R 84, folio 49 verso, dd. 1614; Heeze R 92, folio 28, dd. 9-12-1613; Heeze R 91, folio 9, dd. 1610. 88. Heeze R 100, folio 284 verso, dd. 16-11-1688. (wordt vervolgd) DBL 1982 Jrg.31 p. 20-34 De fundatie van mr. Peter Everarts van Heeze De families Raessens en Melchiors J. Th. M. Melssen, Purmerstraat14,5628HE Eindhoven en A. F. N. van Asten, Apollostraat 13, 5721 CC Asten Vervolg De Brabantse Leeuw. 1981/6, blz. 169 -184. 3. Catharina (Catelijn) Raessens, gedoopt te Leende 16 juli 1631 (doopheffers: Petrus Henrici van Seelst en Catharina uxor Bartholomey ...men ex Heese). Zij overlijdt te Leende 29 december 1678 en was op 9 januari 1656 voor de pastoor aldaar getrouwd met Peter Aert Cocx, weduwnaar genoemd bij de deling van 1683. Deze Peter Aert Cocx overlijdt 1704/1707 als zoon van Aert Joost Cocx en Jenneke Mannen. Hij heeft gewoond op Leenderstrijp. Het is aldaar in zijn herberg dat op 28 augustus 1680 omtrent de middag een moord is gebeurd. De volgende dag waren Johan de Jongh, drossaard van de heerlijkheid Heeze-Leende, vergezeld van Willem Anthonis Smulders als president-schepen en Anthonis Wouter Verbiesen als schepen,ter plaatse om een onderzoek in te stellen.Zij vonden aldaar "het doot lichaam van Govart Buil liggende in de keucken op de goot, liggende op de rugh, in de linkerhand een bloot mes en in de regterhand een scheyde, met een cruysrijcxdaeldertenallenbebloeytopsijneborste...; item bij den aflijvigen bevonden eenen pijpsleutel, twee silveren broeckknopen, een vouwmesken om verckens te snijden, twee paer silveren hemsmouwcnopen, een cooper brilhuisken metten bril, een coperen ...ende18stuyveraanpayement (= kleingeld) met noch eenen neusdoeck". Op 28 augustus 1680 was Goort Buil, hij is op 15 oktober 1623 te Leende gedoopt en o.a. gehuwd geweesUmet Aleydis Bluijssen, vanuit Leende naar Leenderstrijp gekomen en had aldaar bij Peter Cocx in de herberg zekere Jacob Geeraert Raessen, jongeman uit Leenderstrijp, ontmoet. Wat er zich daar allemaal in de keuken heeft afgespeeld zal wel een geheim blijven. Zij blijken omtrent tien pinten Diester bier te hebben gedronken en ruzie te hebben gekregen over de dorpspolitiek en wel over de borgemeesters, die o.a. in een hertgang of gehucht geld hadden te innen. Er vielen woorden tot op een gegeven moment zij beiden "sijne messe uuyt de schede bloot de handt tot dry reisen {= driemaal)" elkaar te lijf gingen. Jenneke Wouters, de 21-jarige dienstmeid bij Peter Cocx, kwam toegelopen op de herrie en het geroep en vond Goort Buil in de keuken liggend op zijn rug en dood, terwijl de dader, Jacob Raessen, verdwenen was. De enige getuige die alles gezien had bleek te zijn Jacob Raessen, oud 19 jaar en wonende te Eindhoven, Hij verklaarde met Jacob Gerardi Raessen, zijn oom, present te zijn geweest in de herberg van Peter Cocx. De dader was fugitief {= voortvluchtig) en in het woonhuis van Jacob Raessen op Leenderstrijp werd op 31 augustus 1680 een inventaris gemaakt van de in beslag genomen goederen. Er werden o.a. aangetroffen twee ledige beddekoetsen, twee koeien en de oogst van het jaar. Er was grote beroering in Leende bij het vernemen van het droeve nieuws, immers Goort Buil was er schepen en zijn oudste zoon Arnoldus Buil was priester. Hij zou een paar jaar later pastoor van Leende worden89. De moordenaar, Jacob Raessen, was een broer van Catharina, de vrouw van Peter Cocx. Op 10 januari 1684 zijn Mathijs Daems en Leendert Peter Cocx mombers over de onmondige kinderen van Peter en wijlen Cathelijn Raessen, terwijl Hendrik Joost Cocx, 40 jaar oud, en Hendrik Royaerts, 45 jaar oud, als naburen van Peter Cocx op Leenderstrijp worden genoemd90. Op 21 januari 1704 doet Peter als weduwnaar afstand van zijn tochtrecht {= recht van vruchtgebruik) ten behoeve van zijn kinderen91. Die kinderen zijn: a. Leendert Cocx, gedoopt te Leende 4 juli 1659. Hij overlijdt vóór 1704, zijn weduwe is Maria Jan Lemmens. Grootvader Jan Jansen Lemmens is op 21 januari 1704 momber over de 4 nog onmondige kinderen van Leendert. b. Elisabeth Cocx, gedoopt te Leende 14 oktober 1663, is vóór 1704 getrouwd met Bartel Karsmaekers. c. Helena Cocx, gedoopt te Leende 6 april 1666, overlijdt aldaar 12 juni 1718, trouwt te Leende op 18 januari 1699 metWillemvan Rooij, gedoopt aldaar in november 1669 als zoon van Jan van Rooij en Lucia Jan Maes. Hij overlijdt te Leende 1 juli 1717. Hun dochter Lucia Caecilia van Rooij, gedoopt te Leende 26 augustus 1699, trouwt aldaar op 22 september 1720 met Antonius Gefdens. d. JennekeCocx, gedoopt te Leende 30 maart 1670, gehuwd met Dielis Leendertsvan Gael. e. Gerard Cocx, gedoopt te Leende 10 april 1674, overlijdt vóór 1677. f. Gerard Cox, gedoopt te Leende 18 augustus 1677, overlijdt na1707. De kinderen en erfgenamen delen op 14 oktober 1707 de goederen van wijlen Peter Cocx92. Adamus (Adam) Gerits Raessens, gedoopt te Leende in februari 1633. Doopheffers zijn Gerardus Raessens en Elisabeth uxor Jacobi Coppens. Hij wordt niet genoemd in de ouderlijke deling van 1683. Een zoon, gedoopt te Leende 20 mei 1636. Doopheffer is Gerardus Daems. Hij wordt eveneens niet genoemd in de ouderlijke deling van 1683. Arnoldus (Aert) Gerits Raessens, gedoopt te Leende 27 oktober 1637. Doopheffers zijn Arnoldus de Laeten Lucia Henrici van Velthoven uxor. Linnenkoopman te Leende93, koning van het St. Jansgilde van Leenderstrijp in 166394, koopman, H. Geestmeester (1678/1680) en borgemeester (1685/1686) te Eindhoven, huurt op 19 aprif 1679 een huisoverdeGenderte Eindhoven voor vier jaar van Maria Helena van Reyde, weduwe Cleymans94, genoemd in de lijst van notabelen van Eindhoven in 1687, die gegoed zijn boven de 2000 gulden95, genoemd in de hoofdgeldlijst der stad Eindhoven over 1689/1690 met zijn vrouw en Jacobus Raessens (2 personen boven de 16 jaar), testeert te Eindhoven op 26 december 169096. Aert overlijdt te Eindhoven op 31 december 169097 en is te Eindhoven op 8 juli 1684 in het huwelijk getreden met Maria Anna Gooien, overleden te Eindhoven na 1725, als dochtervan Goort Marcelis Gooien uit Nuenen-Boort en Hendrikske Goorts. Maria Anna Gooien hertrouwt vóór 1695 met Rogier Wijnants98. Als weduwe van deze Rogier verkoop zij op 17 februari 1725 een obligatie van 2000 gulden ten laste van de stad Weert aan Joost Aert Hoeben, wonende te Leende". Elisabeth (Lijsbeth) Gerits Raessens, gedoopt te Leende 26 december 1640. Doopheffers zijn Jacobus van Someren en AdrianaRaessen. Zij overlijdt te Leende 28 januari 1665 en is aldaar op 28 oktober 1663 gehuwd met Willem Janssen Smits uit Mierlo. Hij wordt genoemd in de ouderlijke deling van 1683 als wonende te Mierlo. Mogelijk is hij verwant aan de familie Smits uit Mierlo, waaruit de latere families Smits van Oijen en Smits van Eckart stammen (Nederland's Adelsboek 1951, p.433e.v.). 8. Joannes Gerits Raessens, gedoopt te Leende 27 december 1641. Doopheffers zijn Gerardus Anthonii en Aleydis Jacobi Vriens uxor. Hij overlijdt aldaar op 26 januari 1667. 9. Jacobus Gerits Raessens, gedoopt te Leende 22 april 1644. Doopheffer is Joannes Hesius. Jacobus heeft op 28 augustus 1680 in de herberg van zijn zwager Peter Aert Cocx (zie aldaar) de schepen Goort Bul uit Leende vermoord. Jacob was gegoed op Leenderstrijp en blijkt na 1680 met de noorderzon verdwenen te zijn (fugitief). 10. Heyiwigis (Helena) Gerits Raessens, gedoopt te Leende 26 januari 1646. Doopheffers zijn Arnoldus Heesen en Adriana Coensen. Zij overlijdt aldaar op 24 juli 1681. Als Helena Gerardi Raessen is zij op 22 september 1675 voor de pastoor te Leende getrouwd met Joannes Tielens. Getuigen zijn dan Henricus Raessen en Henricus Tielens (DTB Leende 4). Op 29 september 1675 trouwde zij als Heyltje Geerit Raessen voor schepenen van Heeze-Leende met Joannes Wilhelmi Tielens uit Leende {DTB Leende 8). Deze Jan Willem Tielens of Dielis of Heesterbeek geheten, is op 10 april 1635 te Leende gedoopt (doopheffers: Petrus Tielens en Joanna Tielens) als zoon van Willem Peter Tielens alias Heesterbeek en Maria Laurenti Berchmans, die op 18 augustus 1630 voor de pastoor te Leende waren gehuwd. Jan was in 1683 weduwnaar (verdeling ouderlijke boedel). Uit het huwelijk van Jan Willem Dielis en Heienavonden wij: a. Gerardus Dielis, gedoopt te Leende 20 oktober 1678. Doopheffers zijn Jacob Raessens en Catharina Raessens. b. Maria Dielis, gedoopt te Leende 8 maart 1677. Doopheffers zijn Jacobus Tielens en Ida Peter Smulders. Maria Dielis trouwt op 1 november 1699 voor de pastoor van Leende met Frans Bijnen. Deze Francis Bijnen als man van Maria Jan Tielens, is op 18 november 1699 mede-erfgenaam van Gerit Raes Francissen100. Op 11 januari 1706 vinden wij Maria Jan Willem Heesterbeek gehuwd met Sr. Francis Bijnen101. Hij was meester valkenier bij de koning van Pruisen. Op 18 juli 1752 delen de kinderen van Francois Bijnen en Maria Dielis, gewoond hebbende op Leenderstrijp, de zeer vele goederen van hun ouders102. 11. Maria Gerits Raesens, gedoopt rond 1648, trouwt eerst in Leende op 18 februari 1675 met Wilhelmus Bloemers uit Weert. Haar broer Martinus Gerard Raessen was samen met Henricus Raessen hierbij getuige {Leende DTB 4). Maria hertrouwt met Bartholomeus van Paessen. Zij overlijdt na 1715 als weduwe en moeder van Gerard en Johan Francois van Paessen, voerlui103. Het gezin woont aanvankelijk te Eindhoven en later te Heeze. Op 5 april 1704 verklaart de drossaard van Heeze-Leende, dat Bartholomeus van Paessen voerman en herbergier is, woont te Heeze en dat hij normaal 9 a 10 paarden heeft en wekelijks ongeveer 40 vaten voeder haver nodig heeft voor zijn paarden en ook voorde passerende militie. Bartholomeus verzoekt om verlof om de haver in Den Bosch, het land van Maas en Waal of elders te mogen halenen die naar Heeze te vervoeren104. Kinderen uit het huwelijk van Bartholomeus en Maria: a. Antoniavan Paessen, gedoopt te Eindhoven 16 december 1677. Doopheffers zijn Erasmus Gerardi en Joanna Paschasii. b. Gerardus van Paessen, gedoopt te Eindhoven 28 oktober 1678. Doopheffers zijn Jacobus Pasche en Helena Erasmi. Hij wordt in 1715 als voerman genoemd en is gehuwd geweest met Joanna de Laure. c. Joannes Franciscus van Paessen, gedoopt te Eindhoven 11 december 1679. Doopheffers zijn Joannes Janssens alias Faber en Elisabeth Raessens. Ook hij is voerman in 1715. d. Hendricus van Paessen, gedoopt te Eindhoven 14 november 1681. Doopheffers zijn Jacobus Deckers en Maria Kolen. e. Adam van Paessen, gedoopt te Heeze 26 april 1683. Doopheffers zijn Martinus Raessen en Catharina Hendricx. Ziin moeder emancipeert hem op 7 januari 1708105. Hij woonde als Adam van Paessen in "Paessen's hut", gelegen tussen Heeze en Zesgehuchten en is getrouwd geweest met Maria HeJena, dochter van Willem van Oosterwijk (ook: Oosterhout) en Maria Claersnijder106. Hun zoon Fredericus van Paessen, die in 1755 te Zierikzee woont, verkoopt dan aan zijn broer Huybert een huis genaamd "Heezerhut", gelegen in Zesgehuchten (zie hiervoor)107. f. Helena van Paessen, gedoopt te Heeze 8 november 1684. Doopheffers zijn Theodorus Beelen en Maria Gooien alias van Paessen. g. Elisabeth van Paessen, gedoopt te Heeze 9 augustus 1686. Doopheffers zijn Jacob Raessen en Barbara van Paessen. h. Maria Catharina van Paessen, gedoopt te Heeze 16 augustus 1689. Doopheffers zijn R. D. Cornelis Raessen en Elisabeth Joannis Donders. i. Erasmus van Paessen, gedoopt te Heeze 6 februari 1688. Doopheffer is Elisabeth Pompen. j. Helena van Paessen, gedoopt te Heeze 26 maart 1691. Doopheffers zijn Henricus van Paessen en Maria Joannis Dielis. Zij trouwt op 18 juli 1711 voor schepenen van Heeze-Leende met Francis Hogaerts uit Someren (Heeze DTB 8). 12. Martinus Gerits Raessens, volgt IVb. 13. Aleydis {Aldegonda) Gerits Raessens, gedoopt te Leende 28 oktober 1652. Zij huwt op 8 mei 1677 voor de pastoor van Valkenswaard met Andries van de Leur. Zij is op 30 mei 1677 voor schepenen van Heeze-Leende in ondertrouw gegaan met Andries Peter van de Leur uit Weerde108. Deze Andries van de Leur is een zoon van Peter Franssen van de Leuren van Geertruyt Daems. Andries was student in Luik in 1669109, woonde in Valkenswaard en had er een herberg. Hij overlijdt vóór 1694. Op 9 mei 1697 treedt Sr. Gijsbert Booms uit Valkenswaard in Bergeijk op in naam van joffrouw Aldegonda Raessens, weduwe van Andries van de Leur, handelend volgens transport dd. 18 mei 1694 voor schepenen van Eindhoven110. Aldegonda hertrouwt op 23 mei 1694 voor schepenen van Waalre met Huybert Bijnen, jongman uit Valkenswaard (Waalre DTB 12). Denkelijk is hij een zoon van Laureyns Bijnen, valkenier voor de hertog van Lunenburgh. Uit het huwelijk van Aldegonda met Andries als kinderen: a. Gerardus van de Leur, gedoopt te Valkenswaard 23 november 1679. Doopheffer is Marcel Daems. b. Joannes van de Leur, gedoopt te Valkenswaard 16 augustus 1683. Doopheffers zijn Arnotdus Raessen en Elisabeth Daems. c. Petrus van de Leur, gedoopt te Valkenswaard 22 augustus 1690. Doopheffers zijn Peter Peter Coppen en Anna Jacob Hendricx. Uit het huwelijk van Aldegonda met Huybert vonden wij als kinderen: d. Joannes Andreas Bijnen, gedoopt te Valkenswaard 22 april 1695. e. Laurentius Bijnen, gedoopt te Valkenswaard 5 december 1696. Doopheffers zijn Laurentius Bijnen en Jacoba Hendrik Bijnen. f. Joannes Baptist Bijnen, gedoopt te Valkenswaard 25 juni 1698. Ook haar tweede man heeft Aldegonda tot né 1723 overleefd. IVa. Raes Gerit Raessen, gedoopt te Leende 16 september 1629 (doopheffers zijn Gjsbertus van Lill en Catharina Fabri lignarii), poorter van Eindhoven 20 juli 1663111, in 1665 aldaar gegoed onder de 2000 gulden en vermeld als verkoper van cremerij en ijzerwerk112, levert in dat jaar leinagels en stopnagels ten behoeve van het portaal van de kerk113, testeert aldaar op 4 mei 1668114, later vermeld als koopman in lijnwaad en borgemeester (1675/1676) aldaar115, machtigt op 30 juli 1665 Jan Vervoert om zijn zaken binnen Luik te vervolgen116, als hij en zijn vrouw testeren hebben zij onlangs een huis gekocht van Peter Crommenhoek, verkoopt op 2 maart 1677 de onverdeelde helft in een huis, hof en land, groot tesamen omtrent 2 lopenzaad, gelegen te Best onder Oirschot117, overlijdt vóór 1683, trouwt te Leende op 23 november 1656 (Leende DTB 4) met Petronella (Perijnke, Prijna) Waegemans, ziekelijk in 1668, vermeld in de hoofdgeldlijsten van de stad Eindhoven toten met 1692/1693, in 1694 cijnsplichtig uit het huis "de Stadt Luyck" aan de Rechtestraat aldaar118, verschijnt op 1 augustus 1697 voor schepenen van Weert en bekent dan voldaan te zijn door Jacob Saes van 100 gulden kapitaal, die Jacob 44 jaar geleden van haar moeder zaliger had opgenomen119. Zij is een dochter van Cornelis Waegemans en Windel Sillen, wat blijkt uit een schepenakte van Weert van 5 september 1658 als Windel Sillen, weduwe van Cornelis Waegemans, met haar kinderen Catharina Waegemans, Raes Gerarts als man van Perijn Waegemans en Joost Schampart als man van Margaretha Waegemans een jaarlijkse rente van 20 gulden verkopen aan Rogerius de Moor, pastoor en deken van Weert120. Uit het huwelijk van Raes en Perijn zijn ons als kinderen bekend: 1. Gerard Raessens, verkrijgt als zilversmid te Eindhoven op 13 december 1682 een tolvrijdomsbrief van die stad121, vaandrig van het parochiaal stedelijk gilde van St. Catharina 1681- 1682122, H. Geestmeester aldaar (1697/1699), trouwt met Anna Catharina Bits, geboortig van 's-Hertogenbosch, die als zijn weduwe voor schepenen van Eindhoven op 28 november 1701 (DTB 26) hertrouwt met Guilielmus Grinsven, jongman van 's-Hertogenbosch en wonende te Eindhoven, commies van de Brabantse Landtol volgens commissie van 1 oktober 1711, verhuist in 1728 met zijn kantoor naar Stratum123. Zij laat bij haar overlijden te Eindhoven op 9 januari 1713 een huis te Eindhoven ter waarde van 400 gulden na124. 3. Adam Raes Gerits, gedoopt te Eindhoven 23 juli 1663 (doopheffers zijn Adrianus Bartholomei en Helena Janssens), komt met zijn vrouw voor in de hoofdgeldlijsten van de stad van 1695/1696 en overlijdt afdaar op 3 oktober 1698. Hij is te Eindhoven voor schepenen op 28 juni 1687 gehuwd met Willemijn van Empel. Hij wordt dan geassisteerd door zijn broer Gerard Raessens, zij door haar oom, de Bossche advokaat Mr. Henricus van Neerven. Willemijn is een dochter van N.N. en van Cecilia de Lepo125. 2. Jacobus Raessens, gedoopt te Eindhoven 1 september 1661 (doopheffers zijn Martinus Smits en Margaretha Wagemans), overlijdt vóór 24 november 1723, is gehuwd geweest (vóór 1692) met joffrouw Maria Franchoise Migeron, genoemd als doophefster bij Godefridus Raessens, die op 4 april 1696 te Eindhoven is gedoopt als zoon van Martinus (zie IVb). Uit dit huwelijk bekend: a. Barbara Cornelia Raessens, moet geboren zijn vóór 1692. Zij is in 1713 gehuwd met Jacobus van den Greyn en woonde te Brussel. In november 1713 verschijnt zij voor een notaris te Brussel en machtigt dan haar man, Jacobus van den Greyn, om voor haarte verkopen de goederen, die zij heeft geërfd van wijlen Joanna Wagemans, haar vaderlijke grootmoeder. Die goederen waren te Weert en Eindhoven gelegen. Heer pastoor Raessens (= Cornelis Raessens) zelf, en met hem Jacobusvan den Greyn, procuratie uit Brussel hebbende, verkopen op 17 november 1713 land te Weert126. 4. Maria Raessens, gedoopt te Eindhoven 22 mei 1665 (doopheffers zijn Joannes Schenarts en Helena Erasmi), overlijdt aldaarSmei 1668. 5. Cornelis Raessens, geboren te Eindhoven, als meerderjarig genoemd in 1683127, theologant te Leuven 1681-1684, lid van de Meierijsche theologantenclub aldaar in 1677, seculier priester, pastoor te Woense! 1690128 of 1691129 tot zijn overlijden aldaar op 26 april 1721. Begraven te Woensel op 30 april 1721130. 6. Catharina Raessens, gedoopt te Eindhoven 27 april 1670 (doopheffers zijn Jacobus Neynens en Maria Colen), overlijdt aldaar 25 februari 1674. 7. kind, overlijdt te Eindhoven op 13 juni 1685. 8. Barbara Raessens. Zij is met haar broer Cornelis na het overlijden van hun moeder cijnsplichting uit het huis "De Stadt Luyck" aan de Rechtestraat, dat zij verkopen aan de weduwe Stocqui131. Of de rentmeester van de Nassause Domeinen te Eindhoven bij de inschrijving in het cijnsregister een fout heeft gemaakt en met Barbara de gelijknamige dochter van Jacobus Raessens (zie hiervoor) heeft bedoeld, weten wij niet. IVb. Martinus Raessens, gedoopt te Leende 3 februari 1650 (doopheffers zijn Mathias Daems en Margaretha Wieroockx), poorter van Eindhoven 19 juli 1679 (tezamen met zijn schoonvader), burger en koopman132, busmeester aldaar m 1682 en borgemeester in 1682/1683, schepen aldaar in 1693 en H. Geestmeester in 1696/1698, woont in 1679 in een huis, dat eerder was van Cornelis Verhoeven133, heet in 1687-evenalszijn broer Aert en zijn schoonvader - gegoed te zijn boven de 2000 gulden134, cijnsplichtig uit een huis in de Vrijstraat in 1694, erft van zijn schoonouders o.a. een zilveren vingerhoed, een zilveren sleuteltje, 6 zilveren penningen, een gouden "suffe", een zilveren lijfriem, een beker, een meskoker met zilverbeslag en renten ter waarde van 948 gulden135. In 1697 zijn Martinus Raessen en Corstiaen van Rijsingen beiden Links het huis "De Stad Luyck' rechts het huis "De Eyck", beide gelegen aan de Rechtestraat te Eindhoven. bleker te Gestel bij Eindhoven terwijl Henrick van den Boer, m r.bleker te Woensel wordt genoemd. Op deze drie blekerijen gaat in 1697 een 10 tot 12-tal personen uit Leende werken136. Op verzoek van Martinus Raessen, burger en koopman binnen Eindhoven, verschijnen op 2 meien 1 juli 1709 voor schepenen van Heeze twee personen. Zij verklaren, dat de moeder van Gerit Raes Francissen te Leenderstrijp Heylke Hesius was geheten en een dochter was Aert Martens volgens een schepenbrief van 24 januari 1619. Zij verklaren ook, dat de moeder van Arjaentje Tijs Coensen en van haar zuster Catelijn Tijs Coensen, gehuwd met Isaac Melchiors, ook Heylke Hesius werd genoemd en dat deze twee genoemde Heilkens nichten van elkaar waren137. Martinus overlijdt omstreeks 1712. Hij trouwt te Nuenen voor de pastoor op 4/5 december 1676 {DTB 2) met Aldegonda Gooien, dochter van Goort Marcelis Gooien, linnenkoopman en borgemeester te Nuenen, later wonende te Eindhoven, en van Hendrikske Goorts. Bij dit huwelijk waren getuige Jacob Gerardi Raessen, Aldegonda Gerardi Raessen en Maria Habraken. Ajdegonda koopt het huis "De Papegay" in de Volderstraat te Eindhoven138. Uit de boedel van Judocus Bunnens en Maria Catharina Schenaerts koopt zij in 1719 een gouden ring (ƒ 60,—), een gouden kruis met stenen (ƒ 50,—), een paar zilveren kandelaars (ƒ 71,—), zes zilveren lepels en vorken, twee zilveren zoutvaten en een zilveren mosterdpot {samen voor ƒ 97,—), twee zilveren poederdozen, een deksel, een borstel en een speldenbakje (samen voor ƒ 79,—)139. Als joffrouw Aldegonda Colen, weduwe van Sr. Martinus Raessen, wonende te Eindhoven, verkoopt zij op 17 februari 1725 aan haar zuster Maria Gooien, weduwe van Sr. Rogier Wijnants, een obligatie van 2000 gulden ten laste van de stad Weert140. De heer Petrus Schenaerts, secretaris van de stad Weert, heeft in 1732 diverse percelen te Heeze, afkomstig van de weduwe Martinus Raessen, zijn schoonmoeder141. Aldegonda overlijdt te Eindhoven op 23 september 1733. Uit dit huwelijk bekend: 1. Hendrick Raessens, geboren tussen 1677 en 1680, vermeld in 1688142, borgemeester van Eindhoven 1707/1708, trouwt met Catharina van der Waerden, die als weduwe overlijdt te Eindhoven en wordt begraven op 10 december 1756 (DTB 19). Kinderen uit dit huwelijk, allen gedoopt te Eindhoven, zijn: a. Antonia Raessens, gedoopt op 26 april 1705 (doopheffers zijn Martinus Raessens en Catharina van den Boer), overlijdt te Eindhoven 2 mei 1705. b. Bartholomeus Antonius Raessens, gedoopt op 16 maart 1706 (doopheffers zijn Martinus Raessens en Catharina van den Boer), overlijdt te Eindhoven 7 oktober 1766. c. Martinus Franciscus Raessens, gedoopt op 12 juni 1711 {doopheffers zijn Petrus Schenaerts en Alegondis Raessens). d. Teresia Francisca Raessens, gedoopt op 21 augustus 1712 (doopheffers zijn Henrick van der Weerden en Theresia Raessens). e. Aldegundis Raessens, gedoopt op 30 januari 1714 (doopheffers zijn Henrick van der Weerden en Aldegondis Raessens). f. Martinus Raessens, gedoopt op 17 juli 1716 (doopheffers zijn Petrus Schenaerts en Maria Theresia Raessens). g. Maria Catharina Raessens, gedoopt op 26 augustus 1718 (doopheffers zijn Gerard Raessens en Maria Gooien uxor Rutger Wijnants). h. Johanna Catharina Raessens, gedoopt op 14 mei 1720 (doopheffers zijn Rutger Wijnants en Johanna Catharina Schenaerts). i. Maria Theresia Raessens, gedoopt op 14 mei 1720 (doopheffers zijn Henricus van den Broucq en Maria Raessens). j. Henricus Raessens, gedoopt op 8 december 1721 (doopheffers zijn Joannes van der Weerden en Helena van den Broeck). k. Maria Raessens, gedoopt op 17 oktober 1724 (doopheffers zijn Gerardus Raessens en Aldegundis Raessens). Zij woont in 1784 te Brussel143. Jacob Raessens, genoemd in de hoofdgeldlijsten van 1687 (onder de 16 jaar), 1689/1690 (idem), 1692/1693 (idem), 1695/ 1696 (boven de 16 jaar), daarna niet meer. Antonina Raessens, gedoopt te Eindhoven 31 maart 1680 (doopheffers zijn Arnoldus Raessens en Petronella Waeghemans), overlijdt aldaar op 27 september 1689. Johanna Catharina Raessens, gedoopt te Eindhoven 17 mei 1683 (doopheffers zijn Jacobus Raessens en Maria Gooien), genoemd in de hoofdgeldlijsten van 1687, 1689/1690, 1692/ 1693, 1695/1696, 1702/1703 en 1706/1707, niet in de lijst van 1696/1697, trouwt te Eindhoven op 7 december 1708 met Petrus Marcellus Schenaerts, geboren te Eindhoven omstreeks 1680 als zoon van Petrus (j.u.l.) en Anna Maria Bunnens. Heer Petrus Marcelis Schenaerts, secretaris te Weert, als gehuwd zijnde met Johanna Raessens, heeft in 1737 voor 80 gulden te Heeze een akker verkocht aan Jan Willem Hendrik Geerits, afkomstig van Aert Gerit Raessen en laatst van Martinus Raessen, zijn schoonvader144. Uit dit huwelijk bekend: a. Petronella Beatrix Schenaerts, gedoopt te Eindhoven 16 augustus 1709 (doopheffers zijn Martinus Raessens en Anna Maria Bunnens). Zij overlijdt kinderloos te Eindhoven op 18 december 1734 als weduwe van Hendrik van Rijsingen145. b. Anna Martina Schenaerts, gedoopt te Eindhoven 30 januari 1711 (doopheffers zijn Egidius van Grinsven in naam van heer Franciscus Schenaerts en Aldegundis Raessens). Helena Raessens, geboren te Eindhoven, genoemd in de hoofdgeldlijsten van 1695/1696, 1696/1697, 1706/1707, 1709/ 1710 en 1710/1711, trouwt te Eindhoven op 4 juni 1710 met Henricus van den Broeck, geboortig van Eindhoven. 6. Maria Theresia Raessens, geboren te Eindhoven, genoemd in de hoofdgeldlijsten van 1695/1696, 1696/1697, 1702/1703 (onderde 16 jaar), 1706/1707,1709/1710 en 1710/1711 (boven de 16 jaar), trouwt te Eindhoven op 30 juli 1720 met Henricus Kerssemakers, geboortig van Schiedam. Zij erven het huis "De Papegay" te Eindhoven in de Volderstraat, dat zij in 1748 verkopen aan Judocus Gokkers146. 7. Gerardus Arnoldus Raessens, volgt V. 8. Godefridus Raessens, gedoopt te Eindhoven 8 april 1694 (doopheffers zijn Rutger Wijnants en Catharina van der Weerden), overlijdt aldaar 20 juli 1694. 9. Godefridus Raessens, gedoopt te Eindhoven 4 april 1696 (doopheffers zijn Rogerus Wijnants en Maria Francesco uxor Jacobi Raessens), genoemd in de hoofdgeldlijst van 1702/ 1703, overlijdt te Eindhoven op 2 november 1702. V. Gerardus Arnoldus Raessens, gedoopt te Eindhoven op 23 juli 1691 {doopheffers zijn Marcus Hannemans en Maria Gooien vidua Arnoldi Raessens). Borgemeester te Eindhoven in 1721/1722, raad in 1731, schepen van 1738 tot 1767, president-schepen van 1748 tot 1767, R.K.- opperkerkmeester van 1752 tot 1755147, eigenaar van het huis "De Eyck" in de Rechtestraat te Eindhoven148, wordt op 13 augustus 1713 lid van de Ridderlijke Gilde van St. Sebastiaan te Eindhoven en blijft dat tot zijn overlijden, deken van de gilde in 1717/1718. Hij overlijdt te Eindhoven op 22 juni 1767 en trouwt te Gestel op 8 oktober 1716(DTB39b) met Maria van Hooff, gedoopt te Gestel op 28 september 1694 en overleden te Eindhoven op 16 maart 1774 als dochter van Martinus van Hooff en Gertrudis Ooms. Het gecombineerde familiewapen Raessens-Van Hooff komt voor op de verguld-zilveren keten van genoemde Ridderlijke Gilde (zie afbeelding). Uit dit huwelijk bekend: 1. Aldegondis Martina Raessens, gedoopt te Eindhoven 3 februari 1718 (doopheffers zijn Matheus van Hoove en Aldegundis Raessens), overlijdt te Eindhoven op 7 augustus 1718. 2. Martinus Raessens, gedoopt te Eindhoven 2 april 1719 {doopheffers zijn Henricus Raessens en Gertrudis van Hooff), overlijdt te Eindhoven 1719/1720. 3. Martinus Raessens, gedoopt te Eindhoven 24 augustus 1720 (doopheffers zijn Matheus van Hooff en Aldegundis Raessens), overlijdt te Eindhoven 26 okober 1720. 4. Joannes Gerardus Raessens, gedoopt te Eindhoven 17 juni 1728 (doopheffers zijn Petrus Marcellus Schenaerts en Gertrudis van Hooff), schepen te Eindhoven 1782-1787, borgemeester aldaar 1762/1763, loco-secretaris 1783, lid van de Vaderlandse Sociëteit Concordia aldaar (19 februari 1787), lid van de Ridderlijke Gilde van St. Sebastiaan aldaar (vanaf 1749), deken in 1760/1761 en 1765/1766, tot kapitein gekozen op 5 juli 1769 en blijft dat tot zijn overlijden. Bij zijn overlijden te Eindhoven op 15 april 1795 wordt als zijn nalatenschap binnen Eindhoven opgegeven: een huis, achterhuis, stalling en hof, genaamd "De Eyck" aan de Rechtestraat te Eindhoven waarachter een hof met speelhuisje, alles getaxeerd op 5300 gulden149. Hij trouwt voor de eerste maal te Eindhoven op 22 mei 1757 met Oda Catharina Colen, overleden te Eindhoven op 4 april 1761. Hij hertrouwt te Eindhoven op 22 juli 1779 met Maria Anna van Boeckel, gedoopt te Eindhoven 28 februari 1735 en overleden aldaar op 8 augustus 1780 als dochter van Peter van Boeckel en Theresia Luyckx150. Uit het eerste huwelijk bekend: a. Johanna Maria Raessens, gedoopt te Eindhoven 10 december 1759 (doopheffers zijn heer Gerardus Arnoldus Raessens en vrouwe Joanna Maria van Mierlo, weduwe van Joannes Colen), overlijdt aldaar op 11 december 1759. b. een kind, overlijdt te Eindhoven op 11 december 1759. Uit het tweede huwelijk bekend: c. Gerardus Arnoldus Raessens, gedoopt te Eindhoven 19 juli 1780 (doopheffers zijn Petrus van Boeckel en vrouwe Aldegundis Raessens), overlijdt aldaar op 22 juli 1780. Aldegundis Maria Raessens, gedoopt te Eindhoven 25 mei 1729 (doopheffers zijn Martinus van Hove en Aldegundis Raessens), testeert aldaar in 1817151, rentenierster aldaar, overlijdt te Eindhoven op 16 januari 1817, trouwt te Eindhoven op 22 februari 1764 met Franciscus Vermeulen, gedoopt te Dommelen 1 januari 1727, poorter van 's-Hertogenbosch 15 december 1757, begraven aldaar op 28 augustus 1783, zoon van Dirk Vermeulen en Anna Coppens152. Als erfgename van haar broer Johan (sub 4) komt zij in het bezit o.a. van de neerhuizing, erven, schuur, stallingen en drie hoven aan het hoog adelijck huis, vanouds genaamd Gagetbosch, met de grond of plaats waarop dat huis heeft gestaan, met de visserij op de Dommel, die als gerechtigheid aan dit huis competeert en met als last de reparatieplicht van het zuiderkoor van de kerk van Blaarthem, alles gelegen te Blaarthem. Haar vader had deze goederen op 22 april 1751 gekocht van de erfgenamen, van Johan van Osch, in leven med. doctor te Eindhoven153. Op 6 september 1817 verkopen de executeurs van het testament van Maria Aldegonda Raessens, weduwe van Francis Vermeulen, aan Wilhelmus van der Heijden Eymertszoon, koopman te Eindhoven, de hoeve of boerderij genaamd het Gagelbosch, vanouds een adelijk huis, bestaande uit huis, schuur, stal, schop, hof en aangelag en boomgaard met grachten, groot 7 lopense en 10 roeden, alles gelegen te Blaarthem, met de visserij op de rivier de Dommel van de treksloot onder Gestel tot aan de Waalrese brug, lang 800 roeden en 25 roeden breed, alsmede de visserij op de grachten van het Gagelbosch en belast met het onderhoud van het kleine koor van de kerk. Van der Heijden koopt dit geheel en andere landerijen voor 3450 gulden154. 6. Martinus Raessens, gedoopt te Eindhoven 9 februari 1731 (doopheffers zijn Henricus Kerssemakers en JoannaCatharina Gooien), overlijdt te Eindhoven op 17 december 1778. 7. Gertrudis Joanna Raessens, gedoopt te Eindhoven 8 oktober 1737 (doopheffers zijn Matheus van Hooff en vrouwe Joanna Catharina Schenaerts), overlijdt te Eindhoven op 31 maart 1738. C word f vervolgd) NOTEN 89. Heemkronijk Heeze-Leende, 13e jrg., nrs. 1 en 2, augustus 1974, blz. 13 e.v. ("Genealogie Bull-Pompe"); De Brabantse Leeuw 1978, p. 67 (sub Leende). 90. Heeze R 12, folio 264, dd. 10-1 -1684. 91. Heeze R 103, folio 224, dd. 21-1-1704. 92. Heeze R 153, folio 25 verso, d.d. 14-10-1707. 93. GAE, NA 1218 nr. 160 dd. 1665. 94. De Leendse gilden, p. 148. Hij wordt poorter van Eindhoven in 1675 (GAE, CGB 66/56); huuraktein NA 1232 nr. 124, dd. 19-4-1679. 95. F. N. Smits, Geschiedenis van Eindhoven, II, p. 74-75. 96. GAE R 62, folio 135-137 verso, kopie 1719, vgl.Taxandria 1907, p. 99. 97. Heeze R 232, folio 78 verso. Laat land na te Heeze-Leende. 98. Taxandria1907, p. 99. Zij erft van haar ouders o.a. 3 zilveren lepels, land en een huis te Nuenen en renten ter waarde van 6826 gulden (Eindhoven R 87, folio 51-58 verso, dd.' 1692). 99. RA Maastricht, Weert V170, folio 194, dd. 17-2-1725. 100. Heeze R 13, folio 156, dd. 18-11-1699. 101. Heeze R 99, folio 290 verso, dd. 11-1-1716. 102. Heeze R 170, folio 20 verso e.v., dd. 18-7-1752; Heemkronijk, 11e jrg., nr. 4, december 1972, p. 49 en 50. 103. Heeze R 155, folio 115, dd. 3-6-1715; zie ook Heeze R 153, folio 38. 104. Heeze R 152, folio 110 verso, dd. 5-4-1704; zie ook Heeze R 100, folio 347 verso. 105. Heeze R 153, folio 38, dd. 7-1-1708. 106. Heze R 169, folio 17, dd. 1749. 107. Heeze R 112, folio 288 verso. dd. 10-2-1755. 108. GA Heeze, uit diverse ondertrouwakten, akte nr. 56. 109. GAE, NA 1221 nr. 100. 110. Bergeijk R 35, folio 318 verso, dd. 9-5-1697. 111. GAE, CGB 66/56. 112. GAE, Eindhoven AA nr. 230. 113. GAE, Kerkrekeningen Eindhoven o.d. 114. GAE, NA 1220 nr. 49. 115. GAE, NA 1218 nr. 175. 116. GAE, NA 1218 nr. 175. 117. Eindhoven R 52. folio 186. 118. ARA 's-Gravenhage, Archief Nassause Domeinraad, nr. 2399, folio 2. 119. RA Maastricht, Weert V 165, folio 168, dd. 1-8-1667. 120. RA Maastricht, Weert V 157, folio 20, dd. 5-9-1658. Zie voor haar ook nog: Eindhoven R 55, folio 169 en Eindhoven R 52, folio 186. 121. GAE, Eindhoven-AA287. 122. J. A. M. de Haan (o.r.v.), Archief St. Catharinagilde Eindhoven, l, Eindhoven 1966, p. 109 en 111. 123. GAE, Eindhoven AA nr. 2/108; RANB, Archief Rentmeester-Generaal nr. 374. 124. EindhovenR116o.d. 125. Eindhoven R 55, folio 169; De Brabantse Leeuw 1972, p. 43. Mr. Hendrick van Neerven is gehuwd met Levina de Lepo (Eindhoven R 87, folio 63 verso). 126. RA Maastricht, Weert V 167, folio 242,243, dd. 24-11 -1713. 127. Heeze R 100 folio 79; GAE, NA 1219 nr. 28. 128. Coppens III, p. 190; GAE, NA 1241 dd. 4 augustus 1690 (= oud: GAE, CGB 14/49): Aert Raessen en Martinus Raessens, beiden oud-borgemeesters en kooplieden te Eindhoven, Geraert Raessen en Adam Raessen, insgelijks kooplieden en inwonende burgers aldaar, verklaren in verband met het overlijden van heer Balthasar Doppers, in leven pastoor "deser stede", dat zij verscheidene burgers van Eindhoven hebben horen zeggen "genegenheid te hebben tot de heer Cornelis Raessens, priester binnen de voors. stad". 129. De Brabantse Leeuw 1958, p. 53. 130. H. Botse.a., Noordbrabantse studenten 1550-1750, Tilburg 1979, nr. 4195; A. L. G. M. van Agt, 400 Jaar Hanen, p. 25-27. 131. ARA 's-Gravenhage, AND nr. 2399, folio 2. 132. zie noot 128; GAE, NA 1255 dd, 6-11-1703 en 7-3-1703; NA 1241 dd. 4-8-1690 (aldaar ook oud-borgemeester); zie ook Heeze R 99, folio 123; Heeze R 100 folio 83 en folio 347 verso; Heeze R 149 folio 60 en 62. 133. Eindhoven R, paalboek 1679, folio 88. 134. zie noot95. 135. Eindhoven R 87, folio 51-58 verso, dd. 1692. 136. Heeze R 151, folio 54 verso, 55 en 55 verso, dd. 1697. 137. Heeze R 153, folio 100 verso e.v.,dd. 2-5-1709. Heeze R 153, folio 104 verso e.v., dd. 1-7-1709. 138. ARA 's-Gravenhage, AND nr. 2399, folio 16. 139. Eindhoven R458/13. 140. RA Maastricht, Weert V 170, folio 194, dd. 17-2-1725. 141. GA Heeze, Landboek Heeze, folio 240 verso. dd. 1732. 142. GAE, NA 1235 nr. 71. 143. Eindhoven R 103, folio 41. 144. Heeze R 109, folio 118 verso, dd. 3-9-1739. 145. Eindhoven R 117, folio 8 verso. 146. ARA 's-Gravenhage, AND nr. 2399, folio 16. 147. Oorkonden van het Provinciaal Genootschap, Supplement, nr. 842a. 148. Eindhoven R, paalboek 1737, folio 157. Hij koopt dat huis in 1734, zie: AND nr. 2399, folio 5. 149. Eindhoven R 119, folio 10 verso, dd. 3-6-1795. 150. RANB, Archief Raad van Brabant, Criminele procedures, Archief van de Vaderlandse Sociëteit Concordia, notulenboek o.d.; GAE, Archief Ridderlijke Gilde St. Sebastiaan, resoluties en rekeningen. 151. GAE, NA 1351, notaris M. de With. 152. De Brabantse Leeuw 1964, sub Vermeulen. 153. Veldhoven R 90, folio 120 e.v., dd. 22-4-1751. 154. GAE. NA, notaris M. de With. dd. 6-9-1817. Onduidelijk is thans, wie de Jacobus Raessens is, die 26 november 1689 te Eindhoven overlijdt en een huis en land te Leenderstrijp nalaat (Heeze R 232, folio 68 verso) en wie Maria Gerits Raessens is, die 13 juni 1685 te Eindhoven overlijdt.